CORRIE KUIJS

                                                  
HOME                    CURRICULUM                      TEKST                     WERKEN                    STICHTING NOX                     EMAIL

 

 

Frits Bless: Over het streven van Corrie Kuijs

Corrie Kuijs streeft naar perfectie. Dát streven maakt al haar hele leven deel uit van haar karakter, van haar zijn. Ze vindt niet dat ze het al bereikt heeft, bij lange na niet. Maar juist dat maakt haar als kunstenaar zo boeiend.

Want, terwijl ze eigenlijk op zoek is naar de totale, de enig ware en de trefzekere vorm, laat ze haar intuïtie spreken, haar vermogen om zelf te bepalen welke kleur haar aanstaat of niet, welke vorm haar aanstaat of juist niet, welke mate van recht-lijnig-heid haar bevalt. Misschien dat ze op een dag die ene vorm, waarnaar ze op zoek is, gevonden heeft. De vraag is of wij die vorm vervolgens te zien zullen krijgen. Want het vinden van de vorm betekent volgens mij het einde van haar kunstenaarzijn: de totale, de enig ware en de trefzekere vorm overstijgt immers haar zelf. Nee, laat Corrie Kuijs maar opzoek blijven.

In het afbeelden van mensen is zij niet geïnteresseerd. Waarschijnlijk omdat zij in hen reeds een te grote belangstelling heeft. In eerste instantie, nog tijdens de academie-opleidingen die ze volgt, aanvankelijk in Groningen en later in Arnhem, is het de architectuur die haar boeit. Werkelijk of gefantaseerd, torens, onneembare vestingen, ongerept en stoer, maar ook en toch kwetsbaar, door haarzelf wachters genoemd. Gelijktijdig of in ieder geval al tijdens die eerste jaren ontstaan haar imaginaire ruimten, architectonische schilderijen waarbij wat ze al of niet werkelijk gezien heeft, er eigenlijk niet meer toe doet. Ruimten die wederom en dat geldt voor al haar schilderijen, zonder mensen en zonder enige vorm van leven zijn. Het gaat haar om details en er is met die ruimten altijd wel iets vreemds aan de hand. Na de imaginaire volgen in 1999 de mentale ruimten.

En dan vindt ze de blokkendoos van haar zoon en gaat het allemaal heel snel. Of juist niet. Want nu komt ook het lastigste moment. Ze maakt de serie samenplaatsingen. Losse vormen, ontleend aan die blokkendoos, samen geplaatst, nu weer eens echt samen, dan weer in een (schijnbaar?) los verband. Het is die blokkendoos die haar heeft doen ontdekken dat architectuur uit vormen bestaat, die al of niet samen worden geplaatst. Dat lijkt een eenvoudige ontdekking, maar alleen door het - als volwassene? - te doen, wordt je je ervan bewust. Alleen door het (opnieuw?) te doen, zie je de mogelijkheden. En kun je dus loskomen van de architectuur.

Zijn het aanvankelijk nog de blokken uit de blokkendoos, allengs gaat het haar om de contrasten tussen licht en donker, tussen hoog en laag enzovoort. Om te eindigen in abstracte of beter nog concrete vormen. Vormen namelijk die naar niet anders dan zichzelf verwijzen.
Tegelijkertijd komen dan ook - nieuwe - dilemma's. Hoe perfect of perfectionistisch moet de vorm zijn of worden? In welke mate wil ik, de kunstenaar, nog zichtbaar blijven in het werk? Of wordt dat juist buiten mij om, als vanzelf, 'bepaald'?
Tot nog toe, en dat is iets wat spreekt voor de consequentheid van Corrie Kuijs, gaat een uitspraak uit 1997 nog steeds op: "Het vervaardigen van de schilderijen komt via de weg van de geleidelijkheid tot stand: ik schuif net zolang met vormen tot de juiste maat en compositie is gevonden, ik breng net zolang dunne lagen verf aan, tot de juiste diepte, helderheid en toon van de kleur is bereikt." (In een tekst van Alfred Kersaan uit 1997)

Dat zegt ze over haar schilderijen, maar het is juist in haar beelden dat ze de perfectie nastreeft. Niet de in brons gegoten vorm, waar ze uiteindelijk geen greep op heeft, maar de strakke vorm van hout en messing. Met rechte hoeken en niet nog een beetje afgerond. Maar het blijkt en blijft zelfs in die materialen lastig om de perfecte, rechte vorm te bereiken.

Het zal nog jaren duren voordat Corrie Kuijs haar perfecte vorm, de enig ware, de totale en trefzekere vorm heeft bereikt. Wie weet, lukt het haar nooit. Het is te hopen.

Frits Bless
Oud-directeur van Reekummuseum Apeldoorn
September 2008